Maigret in Delfzijl

90 jaar Maigret in Delfzijl

In 1928 koopt schrijver Georges Simenon (Luik, 1903) een boot. Hiermee trekt hij door Frankrijk, later ook door Duitsland, België en Nederland. Onderweg beschrijft hij alles wat hij ziet en giet dat in een roman of in een detectiveverhaal. In 1929 ontdekt Simenon een gat in zijn kotter 'Ostrogoth’ en spoed hij zich naar de dichtstbijzijnde haven: Delfzijl. De werkzaamheden aan het schip veroorzaken te veel lawaai om rustig te kunnen schrijven. Daarom laat Simenon een oude, volgelopen schuit leegpompen en maakt daar zijn kantoor. Twee kisten: één om op te zitten en één voor zijn typemachine. Daar schrijft hij in 5 dagen een nieuwe roman: Maigret en de onbekende wreker. Dit is de 'geboorte' van zijn beroemde personage: Maigret.

In totaal zal Simenon 75 detectiveromans en 28 korte verhalen over commissaris Maigret schrijven. Een van deze verhalen is 'Maigret in Holland', dat zich afspeelt in Delfzijl. In dit verhaal beschrijft Simenon Delfzijl als een klein stadje waarvan de huizen hem aan speelgoed doen denken. Het verhaal is fictief, de locaties zijn echt: het monumentale treinstation uit 1883 waar Maigret arriveert, maar ook de haven, de dijk en de doorgangen komen voor in het verhaal. Langs het Damsterdiep spelen zich enkele spannende scènes af.

De informatie op deze pagina neemt je mee door het Delfzijl van 1929 en 2019 in relatie tot de personage Maigret.

Een klein stadje, tien hoogstens twaalf straten, geplaveid met mooie rode klinkers. Zo regelmatig als de tegels in een keuken. Lage huizen van baksteen met veel licht en vrolijk gekleurd houtwerk. Het lijkt net speelgoed.

- Georges Simenon

Wandelroute

Veel van de genoemde locaties in het boek Maigret in Holland zijn nu - 90 jaar later -  nog steeds te zien. Wil je deze punten zelf bezoeken, haal dan bij VVV Delfzijl gratis de routefolder ‘Maigret in Delfzijl’ (ca. 5 km) op.  

 


Georges Simenon in Delfzijl

Georges Simenon werd op 13 februari 1903 in Luik geboren en overleed op 4 september 1989 in zijn woonplaats Lausanne. Hij schreef meer dan 1000 korte verhalen en artikelen, bijna 140 romans en 84 misdaadromans en korte verhalen met commissaris Maigret als hoofdpersoon.

Simenon was een avonturier, een globetrotter. Hij trok heel Frankrijk door in een oude reddingssloep. Onderweg kamperend op z’n schip, schreef hij iedere dag twee, drie hoofdstukken van een boek. Maar hij wilde verder en liet een kotter bouwen. Een schip van tien meter lang, vier meter breed en het stak twee meter diep. Een stevig schip gemaakt van eikenhout. Hij noemde z’n nieuwe schip ‘Ostrogoth’ en trok er, samen met z’n vrouw Tigy, de hond Olaf en hun kokkin-scheepsmaatje Boule, mee noordwaarts.

Via de Zuiderzee en Sneek bereikten ze in 1929 Delfzijl. Het oponthoud hier zou langer duren dan was voorzien. Simenon ontdekte een lek in het schip en hij bracht de boot voor reparatiewerkzaamheden naar de scheepswerf van de Gebr. Roelfs aan het Damsterdiep. De scheepswerf was ongeveer gelegen tegenover de Wettersteinerstraat. De Gebr. Roelfs waren bekwame bouwers van houten schepen; zij bouwden sloepen, vletten, jollen en roeiboten.

De dames, Tigy en Boule, droegen mannenbroeken met wijde pijpen, zoals de matrozen. Boule had een Franse Matrozenmuts op met een rode “pompon”. Madame Simenon lag zelf onder de boot te krabben, te brewen en te teren. Simenon zwierf door Delfzijl en schreef z’n verhalen.

De werkzaamheden aan het schip veroorzaken te veel lawaai om rustig te kunnen schrijven. Daarom laat Simenon een oude, volgelopen schuit leegpompen en maakt daar zijn kantoor. Twee kisten: één om op te zitten en één voor zijn typemachine. Daar schrijft hij in 5 dagen een nieuwe roman: Maigret en de onbekende wreker.

Zo werd Maigret 'geboren' in Delfzijl

Simenon bedacht de figuur van de Franse commissaris in het Paviljoen op de dijk. De café-bediende, een magere man met een hangsnor, liep daar op zwarte gymnastiekschoenen. "Dronk ik die morgen één, twee of drie glaasjes jenever, eventjes gekleurd door enkele druppels bitter? In elk geval begon ik na verloop van een uur, ietwat dommelig, in mijn verbeelding de breedgebouwde en onaandoenlijke figuur te ontwaren van een heer die, naar het me voorkwam, een aanvaardbare commissaris kon worden."

Terug aan boord van die lekke schuit in het Damsterdiep schreef hij binnen een week zijn eerste misdaadroman: 'Maigret en de onbekende wreker' en onmiddellijk daarna nog twee waaronder 'Maigret in Holland'.

Dronk ik die morgen één, twee of drie glaasjes jenever, eventjes gekleurd door enkele druppels bitter?



Een bezoek aan het 'zeebad'

Op de dijk, aan de zeezijde, stond in de zomermaanden “het zeebad”, een houten geval dat elk jaar werd opgebouwd en na het seizoen weer werd afgebroken. Er was een afdeling voor voor heren en een voor dames. De openingstijden vielen samen met eb en vloed. Het was een warme september maand in 1929 en dus besloten de dames Tigy en Boule gebruik te maken van de badinrichting. Een vriendelijk en behulpzaam echtpaar trad op als badmeester/badvrouw. De dames betraden het houten geval en zagen voor zich twee deuren: links met het opschrift 'Heeren' en rechts 'Dames'. De rechterdeur werd gekozen. De badvrouw keek de dames aan en zei in het Gronings dialect: “Alles wat in boksem aan het, and’re kaant" en duwde de beide Francaises in de richting van de deur “Heeren”. "Nee" zei de badmeester, "al die dit hebben", met de hand beschreef hij de contouren van het vrouwelijk lichaam, "and’re kaant!" De dames begrepen er niets van. Gelukkig kwam Poppinga, die met veel overredingskracht de badvrouw wist te overtuigen dat de Frans sprekende dames inderdaad van het vrouwelijk geslacht waren. Een compromis werd gesloten; de dames mochten zwemmen, maar de volgende keer moesten ze wel een rok dragen. Het was toch onzedelijk, dat vrouwen in mannenkleren liepen.

De dames, Tigy en Boule droegen mannenbroeken met wijde pijpen…


1966 - Standbeeld Maigret

De Nederlandse uitgever van het werk van Simenon - Bruna -  bood in 1966, ter gelegenheid van het verschijnen van het duizendste “Zwarte Beertje”, de gemeente Delfzijl een bronzen beeld van de Maigret figuur aan.


De onthulling van het standbeeld

’s Morgens, het was op een zaterdag, was er eerst een ontvangst aan boord van de ‘Rottum’. Op de Eems heen en weer varend werd aan de genodigden een koud buffet aangeboden. Onder de aanwezigen bevond zich, naast de Commissaris der Koningin in de provincie Groningen Mr. C.L.W. Fock, ook Georges Simenon.

’s Middags werd het beeld onthuld door de geestelijke vader van Maigret in het bijzijn van Nederlandse, Duitse, Engelse en Italiaanse acteurs die de figuur Maigret op de televisie tot leven brachten. Burgemeester A.P.J. van Bruggen hield, met zijn kenmerkende vlotheid en welsprekendheid, een toespraak in het Frans.
Het kunstwerk staat nog altijd aan de oever van het Damsterdiep nabij de plek waar Simenon zijn eerste Maigret schreef. Het beeld werd gemaakt door de beeldhouwer Pieter d’Hondt.

 


Plot Maigret in Holland

Maigret heeft de opdracht gekregen om de moord op Koenraad Poppinga, leraar aan de Zeevaartschool, op te lossen. Bij de familie Poppinga logeert namelijk Jean Duclos, een Franse professor, die er van verdacht wordt Poppinga te hebben vermoord.


Op de avond van de moord zijn de volgende personen in het huis van de Poppinga’s aanwezig: Koenraad Poppinga, zijn vrouw Liesbeth, haar zuster Annie, professor Duclos, Beetje Liewens - een boerendochter, Cornelis Barends – een leerling van de Zeevaartschoolend en familie Wienands- de buren. Oosting, meestal ‘de Baas’ genoemd, de voogd van Workum is een goede vriend van Poppinga.

Annie is verliefd op haar zwager en is jaloers omdat hij Beetje Liewens vaak op de fiets, naar de boerderij brengt. Mevrouw Poppinga ziet daar geen kwaad in. Professor Duclos houdt een lezing in hotel van Hasselt voor een aantal voorname inwoners van Delfzijl. Na afloop van de lezing begeeft het bovengenoemde gezelschap zich naar het huis van de familie Poppinga.Daar wordt nagepraat en wat gedanst. Koenraad brengt aan het eind van de avond Beetje naar de boerderij. Als hij van het ritje terug komt wordt hij vanuit het badkamerraam van zijn huis doodgeschoten.

Na het schot vindt Duclos een pistool op de vensterbank van de badkamer. De badkamer grenst aan zijn eigen slaapkamer. Duclos rent, met het pistool in de hand de gang op en komt daar de verschrikte mevrouw Poppinga tegen. Alle reden dus om Duclos van de moord te verdenken.

Later worden er een zeemanspet en sigarenpeuk in de badkamer gevonden. De pet zou van Oosting, de voogd van Workum kunnen zijn, hij lag juist met zijn scheepje in de haven. Oosting wordt later met een nieuwe pet in de haven gezien.

Boer Liewens, de vader van Beetje vindt een aantal brieven van zijn dochter aan Koenraad Poppinga. Ze wil er samen met hem vandoor. Haar vader is daarover verschrikkelijk boos.

Men is in het Delfzijl van 1929 niet blij met de komst van Maigret, er moet vooral geen schandaal van komen. Laat de waarheid maar verborgen blijven. Door een schitterende reconstructie van het hele gebeuren weet Maigret de moord op te lossen. Hij laat iedereen naar Hotel van Hasselt komen en loopt met hen de weg langs de havenkade naar het huis aan het jaagpad. Daar blijkt dat...

Maigret vertrekt de volgende morgen om vijf uur met de eerste trein vanaf het kleine station van Delfzijl.


Herkenbare locaties uit het verhaal in Delfzijl

Hieronder tref je omschrijvingen uit het boek verbonden aan het tijdsbeeld zoals het werkelijk was in 1929 en zoals het nu is in Delfzijl (2019).


  • Maigret arriveerde per trein in Delfzijl. Maigret werd, als enige passagier, begroet door de stationschef, die er al even statig uitzag als het oude statige station.

    Het station (1883) was toen gelegen aan de rand van een park met hoge bomen en scherp afgekante grasperken, waarin rozenperken opvlamden. Er stond ook een muziektempel. Zomers was dit een mooi gezicht, een prachtig visitekaartje van Delfzijl voor hen die de havenplaats voor de eerste keer per spoor bezochten. Het station is nog in oude staat, van het park is niets meer te zien.
     
  • Maigret liep onder de bomen door naar de overkant, naar hotel-café Noordooster, waar hij een kop koffie en een kamer bestelde. Het hotel bezat een zekere vermaardheid en wel met name vanwege de biefstuk met gebakken aardappelen en groente van het seizoen. In de gelagkamer was de bierkraan gemonteerd op een marmeren plaat die op zijn beurt vastzat op de achterwand van het buffet. Het meubilair bestond uit Tonnet-Weense tafels en stoelen.

    Het Hotel staat er nog precies zoals in 1929 , het heet nu Hotel Boven Groningen.

Hotel Noordooster

  • Vanuit het hotel liep een Delfzijler met hem mee om boerderij Liewens aan te wijzen. Zonder woord, zonder wijs liep het tweetal via de Buitensingel, langs de gracht die vol lag met houtvlotten (boomstammen) , naar de Snikbrug die over de gracht lag.

    De katholiek kerk en de gracht vind je nog terug. Overigens gebruikt Simenon de Waterstraat uit die dagen als decor voor zijn wandeling naar de Rijksweg.
    De Snikbrug vormde de verbinding tussen de Rijksweg en de Oude Schans. Het Buiskoolplein bestond toen nog niet, het was een grasvlakte waar de kermis opgesteld stond, met Pinksteren en in oktober. In 1937 is de Snikbrug opgeruimd.

  • Bij het Damsterdiep aangekomen wees de Delfzijler in de richting van het kanaal. Daar over de weilanden lag boerderij Liewens. Maigret wandelde er alleen naar toe. Langs het jaagpad stonden maar een paar huizen.

    Tussen no. 25 en 35 woonde Koenraad Poppinga ; daar logeerde professor Duclos en werd de moord gepleegd. Hier tref je ook het beeld van Pieter d’Hondt aan. 
     
  • Boerderij Liewens was omgeven door hoge bomen, Maigret ontmoette er Beetje Liewens. Ze was alleen thuis. In plaats van met z’n onderzoek te beginnen hielp hij Beetje bij het kalven van een koe.

    De bedoelde boerderij heette ‘Ringenum’ en lag tussen de Rijksweg – Jaagpad en de Hoofdmannenlaan. In april 1959 is de boerderij afgebroken. 
     
  • Maigret liep terug langs het Damsterdiep. Het kanaal lag vol met houtvlotten (boomstammen). Soms zelfs zo vol dat men er over lopend van de ene kant naar de andere kant van het kanaal kon komen. Dat deed Cornelis Barends, als hij van het huis van Poppinga weer terug moest naar het internaatschip van de Zeevaartschool.

    Dit is zuiveren fantasie. De houtvlotten lagen aan de kant van de Rijksweg in het kanaal. Er moest een brede vaargeul overblijven want het Damsterdiep was in die tijd nog een scheepvaartkanaal.

Houtvlotten in Damsterdiep

  • Schip Abel Tasman is gebouwd in 1877 en was een uniek zeil- en schroefstoomschip. Vanaf 1924 heeft het schip in Delfzijl gelegen als logementschip / internaatschip  voor de Zeevaartschool Abel Tasman. Het schip komt voor in het boek.

    Het schip ‘Abel Tasman’ lag in’t Dok, aan het Eemskanaal NZ waar nu de motorbotenhaven is gelegen. Het schip (tegenwoordig: De Bonaire) ligt nu al jaren in Den Helder, waar het wordt gerestaureerd. 

    Maigret bezocht hier ook een café, mogelijk was dat café Kroonstad. Dit hotel / café / restaurant bestaat niet meer maar was gevestigd aan E.H. Roggenkampweg 1.


    De Zeevaartschool waar Koenraad Poppinga leraar was, stond in de Landstraat (nummer 3-7). 
  • Na een bezoek aan het schip liep hij terug over de Nieuweweg naar de Oude Schans. Onderweg passeerde hij de twee sluizen waar de houtvlotten doorkwamen.

    Dat waren het Dorpster- en het Scharmerzijl. De balken werden gelost in de Balkenhaven. Er werden vlotten van samengesteld, die via één van de twee Fivelingosluizen, het Dorpsterzijl, naar het Damsterdiep werden getransporteerd. Het Dorpsterzijl lag aan de kant waar het  flatgebouw staat.

    Het vervoer van de balkenvlotten ging via het water; alle houtzagerijen in Noord Nederland lagen aan een kanaal. Het was de goedkoopste manier van balken transport.

    De driehoekige sluishoofden die aan de oude sluizen herinneren, kunt u nog steeds aan de Nieuweweg (tegen de dijk) vinden.
     
  • In hotel van Hasselt hield professor Duclos zijn lezing en Maigret besprak er de moordzaak, tijdens een hutspot-maaltijd, met zijn Hollandse collega inspecteur Pijpekamp uit Groningen. In het hotel begon ook de reconstructie van de moord.

    Er waren twee hotels die in eigendom waren van De heer van Hassel(t). Het ene stond aan de Marktstraat, vlakbij de waterpoort en droeg de naam ‘Hotel Delfzijl’. Tegenwoordig is het pand eigendom van de firma Wagenborg. Het andere hotel van de heer van Hassel(t) was aan het begin, links (gezien vanaf het Buiskoolplein) van de Oude Schans gelegen en heette ‘Hotel Harmonie’. Het laatste hotel wordt hoofdzakelijk in het boek gebruikt. ‘Hotel Harmonie’ had een zaal met toneeluitrusting. In de Harmonie werden vaak voordrachten gehouden en lezingen met lichtbeelden gegeven.

  • De wandeling ging vanuit hotel van Hasselt langs de haven, waar het schip van Oosting lag, naar het jaagpad.

    Hier wordt een wandeling door de kleine Waterpoort (Oude Schans) langs het Plankpad (damsterdiep) bedoeld.

  • Gemeentehuis Marktstraat

    In het boek speelt ook het politiebureau een rol. Het politiebureau was een klein kamertje, meer een hok, in het gemeentehuis aan de Marktstraat (nu het pand van Datema). Het politieapparaat bestond uit 3 man; criminaliteit kwam bijna niet voor, de sociale controle was groot. Bij eventuele onrust kon de burgemeester een beroep doen op de marechausseebrigade te Appingedam, die dan te paard aan kwam snellen.
     
  • Ook leuk om te benoemen: Oudere inwoners van Delfzijl herkenden in de figuren uit het boek heel duidelijk hun medeplaatsgenoten. Veelal konden ze met naam en toenaam worden genoemd, zo goed was de typering. 

Deel deze pagina